Door Sofía Maiorana
Sofía Maiorana is als arts met onderscheiding afgestudeerd aan de Nationale Universiteit van Rosario, in Argentinië en voltooide een postdoctorale opleiding in geriatrie en fytotherapie. Ze is gespecialiseerd in het therapeutisch gebruik van cannabis en stichtte in 2017 de Vereniging van Gebruikers en Zorgverleners voor de Toepassing van Cannabis (AUPAC). Ze coördineert daar nu de onderzoekscommissie. Sofia maakte deel uit van de Adviesraad voor Wetsvoorstel 27.350 (een innovatief voorstel onder het Nationale Programma voor de Studie en het Onderzoek naar Medicinaal Gebruik van de Cannabisplant en Derivaten van het Argentijnse Ministerie van Volksgezondheid. Ook nam ze deel aan de oprichting en coördinatie van het Medicinale Cannabisprogramma in het onder-secretariaat van het Ministerie van Volksgezondheid van de provincie Santa Fe in Argentinië. Sinds 2021 leidt ze de postdoctorale cursus 'Een integrale benadering van de cannabisplant voor de gezondheid' en werkt ze samen met meerdere universiteiten en onderwijsinitiatieven. Ze is universitair docent en geeft les aan bachelorstudenten, en werkt zowel in de openbare gezondheidszorg als in haar eigen praktijk.
Als we willen dat de geneeskunde echt in dienst staat van de mens, moeten we onszelf vragen stellen over de grenzen van het biomedische model. De studie geneeskunde was voor mij een fascinerende ervaring, maar in de dagelijkse praktijk ontdekte ik veel complexere en soms frustrerende nuances. In een poging om betere zorg te verlenen, zocht ik mijn toevlucht en antwoorden in mijn liefde voor planten. Zo kwam ik terecht bij de opleiding Fytotherapie, waarbij ik mij verdiepte in verschillende medische systemen en de belangrijkste geneeskrachtige planten uit de traditionele kruidengeneeskunde. Tijdens mijn hele studietraject verbaasde het mij enorm dat één plant schitterde door afwezigheid: niemand repte een woord over de cannabisplant.

Ik rondde de opleiding af in hetzelfde jaar dat ik een groep mensen ontmoette die marihuana wilde gebruiken voor therapeutische doeleinden, maar die geen arts hadden om hen daarbij te begeleiden. Er was in die tijd zeer weinig informatie beschikbaar en de maatschappelijke vraag naar zogenaamde 'medicinale cannabis' nam sterk toe, vooral bij mensen met complexe gezondheidsproblemen die verlichting van hun klachten zochten buiten de conventionele behandelingen. Ik wist helemaal niets, maar ik begon te lezen, vragen te stellen en antwoorden te zoeken.
In deze periode ontmoette ik Karina, een vrijgevige en bekwame kweker, die niet alleen de planten kweekte, maar ook extracten maakte voor haar moeder en grootmoeder. Zij was degene die mij de eerste les gaf over dosering: je moet begrijpen hoe je het extract verdunt en altijd de onfeilbare regel toepassen van 'minder is meer'.
Gedreven door een diepgeworteld gevoel dat ik aan een behoefte kon voldoen en mijn nieuwsgierigheid om te ontdekken waartoe deze plant in staat was, hebben we samen met een interdisciplinaire groep van zorgprofessionals en cannabisgebruikers AUPAC opgericht, een non-profitorganisatie waarvan ik nog steeds lid ben.
Ik kan me de eerste bijeenkomst nog goed herinneren: patiënten, professionele zorgverleners, kwekers en activisten kwamen bijeen om iets te delen dat zowel waardevol als schaars was: informatie. Die dag voerden ze ter plekke een extractie uit met cannabisbloemen om oliën en crèmes te maken.
Dit was geen op zichzelf staande gebeurtenis: het was onderdeel van een bredere sociale beweging die in Argentinië ontstond. Datzelfde jaar werd Wetvoorstel 27.350 voor medicinale cannabis aangenomen, een officiële erkenning van het therapeutische gebruik. Deze wet bracht echter ook een grote paradox aan het licht: daadwerkelijke toegang bleef vrijwel onmogelijk. De beschikbare producten werden geïmporteerd, waren duur en moeilijk te verkrijgen. In veel gevallen ging het niet eens om medicijnen, maar om eenvoudige voedingssupplementen uit andere landen.
In dat scenario hebben we samen met een collega, Varinia genaamd, en twee psychologen, Ignacio en Soledad, interdisciplinaire klinische zorgteams gevormd voor patiënten die met uiteenlopende aandoeningen op consult kwamen, zoals chronische pijn, kanker, hersenverlamming en epilepsie. Hoewel elk verhaal anders is, hadden ze allemaal gemeen dat ze volledig uitgeput waren van hun lange traject in het zorgstelsel en hoopten op een andere vorm van zorg.
Velen hadden al een lange weg afgelegd zonder verlichting van hun klachten of een significante verbetering in hun levenskwaliteit te ervaren. Sommigen waren zelfs autodidactisch aan de slag gegaan met de plant, geleid door pure noodzaak en intuïtie. Ik ben deze mensen zeer dankbaar: zij waren het die door hun vertrouwen in mij de eerste stappen mogelijk maakten op weg naar een geïnformeerde, empathische en humane klinische praktijk voor het therapeutische gebruik van cannabis.
De behoefte om meer over dit onderwerp te leren en in contact te komen met collega's die soortgelijke ervaringen hadden, bracht mij naar Chili, naar de Daya Foundation, waar ik een internationaal seminar over medicinale cannabis hield. Daar woonde ik inspirerende conferenties bij en ontmoette ik geweldige mensen, waarvan ik nu velen tot mijn vrienden mag rekenen. Hun ervaringen, hun inzet en hun menselijkheid waren een keerpunt in mijn traject vol uitdagingen, zekerheden en onzekerheden. Mijn grootste motivatie kwam echter van de mensen die ik begeleidde: ik zag dat ze weer konden lopen, dat ze geen epileptische aanvallen meer kregen en dat ze beter sliepen. We omhelsden elkaar en huilden samen in een poging te begrijpen op welk moment de geneeskunde en het welzijn van de mensen elk een aparte weg zijn ingeslagen.
Nu de klinische praktijk en de teelt steeds nauwer gingen samenwerken, heeft de Faculteit Biochemie van de Nationale Universiteit van Rosario (UNR) de eerste chromatografische analyses uitgevoerd van cannabisextracten die in ons vakgebied werden gepubliceerd. Deze vooruitgang was een keerpunt: het stelde ons in staat om de daadwerkelijke concentraties van cannabinoïden te identificeren en daarmee de therapeutische precisie te verbeteren. Voor het eerst was het mogelijk om exact vast te stellen welke doses cannabinoïden werden gebruikt door mensen waarbij we een verbetering zagen. In zeer korte tijd groeide de organisatie enorm snel. Dankzij de zelfteelt door patiënten, familieleden en solidaire bondgenoten, konden we nu overgaan tot het consolideren van een ruimte waarin we het volledige spectrum aan therapeutische opties van de cannabisplant konden aanbieden: met verschillende chemotypen, toedieningswijzen en formuleringen die zijn aangepast aan elke behoefte.
Ik was met name gefascineerd door de wereld van extracties. In mijn zoektocht ontmoette ik Gina, Francisco en Agustín, drie fantastische professionals die de mogelijkheden enorm hebben vergroot en nieuwe preparaten ontwikkelden, afgestemd op de specifieke kenmerken van elke patiënt. Samen kwamen we tot het inzicht dat een cannabisbehandeling vereist dat je de unieke eigenschappen van elke ervaring erkent en van daaruit een manier vindt om de symptomen te verlichten. De ontwikkelingen gingen enorm snel. Het onderwerp trok steeds meer aandacht in de media en het aantal patiënten nam sterk toe. Al snel ontstond er veel druk om voor iedereen voldoende medicijnen te hebben. Soms konden we geen nieuwe behandelingen beginnen zonder de continuïteit van bestaande behandelingen in gevaar te brengen. Daarbij kwam nog de zorg dat we in een zeer grijs juridisch kader werkten en de rechtszekerheid van telers, patiënten en professionals wilden waarborgen.
In die context vroeg een groep moeders van vijf jongens en één meisje met zeer complexe gezondheidsproblemen mij om hen te begeleiden (samen met Jésica en Gabriela, twee advocaten, en een psycholoog, Soledad) om een rechtszaak aan te spannen en een mediacampagne te voeren om het recht op behandelingen te beschermen en te waarborgen. Zo werd in een ongekende stap voor Argentinië een habeas corpus en een amparo (bijzondere rechtsbeschermingsprocedure) ingevoerd om cannabis te mogen telen voor deze behandelingen.
De dag dat ik voor de rechter moest getuigen, was een van de grootste uitdagingen in mijn carrière: ik was een jonge arts met amper een jaar ervaring in het therapeutisch gebruik van cannabis en moest de reden uitleggen waarom we extracten wilden voorschrijven aan pediatrische patiënten.
Toen ik de rechter de klinische dossiers, de onderzoeken, de rapporten en vooral de zichtbare veranderingen bij de kinderen liet zien, was deze zeer ontroerd. Na het luisteren naar de getuigenissen van de moeders, aarzelde de rechter geen seconde en vaardigde een ongeëvenaard besluit uit dat ons de bevoegdheid gaf om samen met de universiteit planten te telen, oliën te produceren en kwaliteitscontroles uit te voeren.
Met deze uitspraak werd niet alleen de rechtszekerheid van deze zes kinderen en hun familie gewaarborgd, maar werd ook de basis gelegd voor wat uiteindelijk een beleid voor de volksgezondheid zou worden.
Kort daarna brak de pandemie uit in Argentinië en de rest van de wereld. En tegen alle verwachtingen in zou er iets heel bijzonders gebeuren: een nieuw regelgevingsbesluit dat het begin zou markeren van een beslissend hoofdstuk in de geschiedenis van medicinale cannabis in Argentinië: de implementatie van REPROCANN, een juridisch model voor de regulering van medicinale cannabis en erkenning van de rechten van mensen om cannabis te mogen kweken.
Mijn verbazing was enorm. Ik kon niet geloven dat alles wat we jarenlang, vaak in het geheim, hadden gedaan, nu legaal was. Er was zelfs een computersysteem om alle informatie vast te leggen. Het is niet eenvoudig om in het geheim te gedijen, en dit nieuwe regelgevingskader – wat nog steeds voor verbetering vatbaar is en verder ontwikkeld moet worden – was vruchtbare grond voor een beroepsgroep die wilde groeien. Er ontstonden associatieve teeltprojecten, nieuwe formules en een team dat verenigd was door empathie en een verantwoordelijkheidsgevoel.
Ik kreeg toen de geweldige kans om mezelf kandidaat te stellen en gekozen te worden als adviseur voor het Wetsvoorstel 27.350 en zo het implementatieproces van deze nieuwe regelgeving te begeleiden.
Ik had inmiddels zoveel taken op mijn bord dat het fysiek onmogelijk was om aan de groeiende vraag te voldoen; ik besefte heel goed dat we voor een enorme maatschappelijke uitdaging stonden: het was essentieel om veel meer collega's op te leiden, zodat zij de bevolking, die geen dag langer kon wachten, daadwerkelijk konden ondersteunen.
Ik wilde de klinische ervaringen integreren in het academische werkveld. Ik heb daarom een curriculum gecreëerd en dit als keuzevak voorgesteld aan de universiteit. Tijdens de beoordeling hiervan werd al snel duidelijk dat de vereiste tijdsduur en diepgang van de materie mijn geplande opzet overtroffen. Het voorstel werd daarom omgezet in een postdoctorale cursus gericht op gezondheidsteams. Samen met Shirli, Sabrina en Soledad hebben we een cursus van 200 uur opgezet, genaamd "Een holistische benadering van de cannabisplant voor de gezondheid". Deze cursus is inmiddels in vijf opeenvolgende jaren gedoceerd en heeft honderden professionals opgeleid die zich vandaag de dag aan dit onderwerp toewijden. Met de jaren werd de kliniek steeds bekender en ontstond er meer behoefte om onderzoek te doen, de gegevens vast te leggen en beter te begrijpen. We zijn toen begonnen met het systematiseren van de duizenden gevallen en onszelf te presenteren aan de ethische commissies. Alles wat we hadden ervaren, was de moeite waard om geregistreerd te worden. Conferenties en wetenschappelijke evenementen waren een goede springplank om dit werk te delen en te publiceren. In Argentinië weten we wat de waarde is van de hele plant. Hoewel we tegenwoordig al over farmaceutische producten beschikken, krijgen de meeste mensen toch toegang tot behandelingen via de planten die door maatschappelijke organisaties worden gepromoot. Hun processen en kwaliteitscontroles worden samen met universiteiten uitgevoerd via een systeem van participatieve certificering. Wij zijn erin geslaagd een sociaal netwerk op te bouwen dat op verschillende manieren de gezondheid bevordert, omdat we begrijpen dat het niet alleen gaat om het garanderen van kwaliteit: het garanderen van de toegang is ook essentieel. Ondanks de veranderingen in de maatschappij, blijft het Medicinale Cannabisprogramma operationeel en zien we dat er binnen een nog steeds veranderend regelgevingskader nieuwe uitdagingen ontstaan. Eén van deze uitdagingen is de opkomst van een nieuw figuur: de medisch directeur, die verantwoordelijk is voor het rapporteren over de voortgang van patiënten en de dagelijkse doses cannabinoïden die mensen via een organisatie krijgen toegediend. Hoewel dit het toegangsproces bureaucratiseert, biedt het ook mogelijkheden om professionelere zorg te verlenen en het waardevolle bewijs uit de praktijk te systematiseren.
De culturele kenmerken in ons land hebben een uniek proces vormgegeven, waarbij creativiteit fundamenteel was voor het ontwerpen van collectieve tools en mechanismen waarmee het recht op gezondheid op een concrete manier kan worden bewerkstelligd.
Vandaag is onze grootste uitdaging het erkennen van de praktische kennis en het bewijsmateriaal uit de praktijk en toegangsvormen te creëren die een evenwicht vinden tussen het ideale en het haalbare. Effectiviteit is immers niet alleen een kwestie van therapeutische toepassingen, maar ook een kwestie van een geneeskunde die in dienst staat van de volksgezondheid.