Door Francisca Javiera Medina Pontigo
Francisca Javiera Medina Pontigo is dierenarts, heeft een Master in de Dierwetenschappen en Diergeneeskunde en behaalde haar doctorgraad in de Bos- en Landbouwwetenschappen en Diergeneeskunde aan de Universidad de Chile.
Sinds 2016 behandelt ze kleine huisdieren met medicinale cannabis en deelt zij haar kennis over de therapeutische toepassingen van cannabinoïden.
Sinds 2020 doet zij onderzoek aan de Universidad de Chile, met name gericht op het evalueren van de kankerbestrijdende eigenschappen van cannabinoïden bij honden en op de ontwikkeling van nieuwe farmaceutische formuleringen op basis van cannabinoïden. Zij heeft twee artikelen gepubliceerd in WOS-tijdschriften (World of Science) over het gebruik van cannabidiol (CBD) in de veterinaire oncologie, evenals klinische casusrapporten en overzichtsartikelen in veterinaire tijdschriften.
Zij doceert op bachelor- en masterniveau over het klinische gebruik en de farmacologie van cannabinoïden en is momenteel docent aan de Universidad Santo Tomás (UST) en de Universidad de las Américas (UDLA) in Chili. Zij heeft deelgenomen aan talrijke congressen en wetenschappelijke voorlichtingsprogramma's waarin het gebruik van cannabinoïden in de diergeneeskunde werd gepresenteerd.
Kanker bij honden en de huidige behandelingen
Gezelschapsdieren, zoals honden en katten, worden steeds meer als gezinsleden beschouwd. Dit heeft geleid tot een aanzienlijke verbetering van de beschikbare medische zorg van huisdieren. De hogere levensverwachting van honden brengt nieuwe uitdagingen met zich mee, met een toename van chronische aandoeningen, waarbij kanker een van de meest gediagnosticeerde aandoeningen is. Naar schatting ontwikkelt ongeveer een op de vier honden een vorm van kanker, terwijl kanker bij honden ouder dan 10 jaar de meest voorkomende ziekte en de belangrijkste doodsoorzaak is (1). Daarom zijn honden de meest bestudeerde diersoort in de veterinaire oncologie. Het onderzoek omvat genomische studies van neoplasieën en de ontwikkeling van alternatieve en complementaire farmacologische therapieën die de beperkingen van de beschikbare antitumorgeneesmiddelen ondervangen, resistentie tegen chemotherapeutica beperken en de bijwerkingen ervan verminderen (2).
De rol van het endocannabinoïdesysteem bij kanker
Sinds de ontdekking van het endocannabinoïdesysteem (ECS) in 1993, is het uitgebreid onderzocht vanwege de betekenis ervan voor het evenwicht van het organisme (homeostase) en de ontwikkeling van uiteenlopende ziekten. Het systeem komt voor bij alle gewervelde dieren, dus ook bij honden, en is een onderwerp van medisch onderzoek bij zowel mens als dier.
Het ECS bestaat uit cannabinoïden die van nature door dieren worden aangemaakt. AEA (anandamide) en 2-AG (2-arachidonoylglycerol) zijn de meest voorkomende en meest onderzochte cannabinoïden. Deze moduleren de cannabinoïdereceptoren type 1 (CB1) en type 2 (CB2), naast andere receptoren, zoals GPR55, TRPV en PPAR (3). De CB1-receptor komt vooral voor in het centrale en perifere zenuwstelsel, terwijl CB2 zich voornamelijk in het immuunsysteem bevindt. Bij honden is de aanwezigheid van het ECS vastgesteld in het maag-darmkanaal, de huid van gezonde honden en honden met atopische dermatitis, het centrale en perifere zenuwstelsel en de gewrichten (4–9), waar het betrokken is bij onder meer antioxidatieve, ontstekingsremmende en pijnstillende functies, en ook een rol speelt bij de vermenigvuldiging van tumorcellen (10).
In verschillende menselijke tumorcellen (zoals hypofyseadenoom, colorectaal carcinoom, prostaatcarcinoom, endometriumsarcoom en glioom) zijn hogere niveaus van AEA en 2-AG waargenomen dan in gezond weefsel. Ook kan het aantal CB1- en CB2-receptoren variëren bij verschillende soorten kanker; afhankelijk van het tumortype, kunnen deze niveaus verband houden met een gunstige of ongunstige prognose (2,10).
Bij honden zijn de niveaus van vier endocannabinoïden — AEA, 2-AG, oleoylethanolamide (OEA) en palmitoylethanolamide (PEA) — vergeleken bij multicentrisch B- en T-cellymfoom. Uit onderzoek bleek dat de niveaus van AEA, OEA en PEA significant hoger waren in de groepen met lymfoom dan bij gezonde honden. Daarentegen waren de 2-AG-niveaus hoger bij de gezonde honden (10). Ook is waargenomen dat CB1- en CB2-receptoren in grote hoeveelheden aanwezig zijn in laaggradige mastocytomen, vergelijkbaar met gezond weefsel. In hooggradige mastocytomen, daarentegen, is een kleinere hoeveelheid van beide receptoren aangetroffen, wat wijst op een negatief verband tussen de agressiviteit van deze tumoren en de expressie van cannabinoïdereceptoren (2,11).
Het merendeel van de onderzoeken naar de expressie van de CB1- en CB2-receptoren en andere aan het ECS gerelateerde receptoren in tumorcellen is bij mensen uitgevoerd. De relatieve schaarste aan veterinaire studies maakt duidelijk dat er onderzoek nodig is naar de veranderingen van het ECS in de veterinaire oncologie en naar de mogelijke modulatie ervan met externe cannabinoïden, zowel in cel- en diermodellen als in klinische studies.
Onderzoek en huidige behandeling met cannabis bij kanker bij honden
Fytocannabinoïden zouden mogelijk fungeren als externe regulatoren van het ECS. De meest voorkomende in de cannabisplant zijn delta-9-tetrahydrocannabinol (∆9-THC) en cannabidiol (CBD). CBD heeft geen psychotrope werking en heeft affiniteit voor diverse receptoren, waaronder CB1, CB2, GPR55, GPR119, TRPV en PPAR. Daarnaast bezit het neuroprotectieve, anti-epileptische, angstremmende, ontstekingsremmende, pijnstillende en kankerbestrijdende eigenschappen. THC heeft wel een psychotrope werking, maar heeft ook ontstekingsremmende, pijnstillende, eetlustverhogende, anti-emetische en spierontspannende eigenschappen vertoond. In veiligheidsstudies bij honden is THC veilig gebleken, hoewel het in verhouding vaker matige tot ernstige bijwerkingen veroorzaakt dan CBD, maar minder tekenen van leverbelasting (12). THC is een partiële agonist van CB1 en CB2 en werkt ook op andere receptoren, zoals GPR55 en TRPV1-5, waarmee het invloed uitoefent op nociceptie, thermoregulatie, speekselsecretie, de tonus van gladde spieren, de hartfrequentie en de calcium- en magnesiumhomeostase.
Het onderzoek naar de antikankerwerking van cannabinoïden bij honden is nog vrij pril: het loopt pas sinds 2019, terwijl onderzoeken bij mensen al sinds begin jaren 2000 worden uitgevoerd. Volgens het systematische overzicht dat wij dit jaar, 2026, aan de Universidad de Chile hebben uitgevoerd, is het effect van CBD bij kanker bij honden preklinisch geëvalueerd in cellen van urotheelcarcinoom, glioom, lymfoom, mammacarcinoom, prostaatcarcinoom en osteosarcoom. Hier is gekeken naar geïsoleerd CBD, extracten met andere cannabinoïden in kleinere hoeveelheden en combinaties met chemotherapeutica. Voor alleen THC is daarentegen alleen informatie beschikbaar over lymfoom en prostaatcarcinoom (13).
Bij honden met hooggradig lymfoom is de farmacokinetiek van doxorubicine bestudeerd in combinatie met de toediening van CBD, waarbij bleek dat deze niet verschilt van toediening zonder CBD. Bovendien werd CBD goed verdragen als aanvulling op de CHOP-therapie (prednison, vincristine, cyclofosfamide en doxorubicine), zonder dat ernstige bijwerkingen werden vastgesteld (14). Daarnaast hebben preklinische studies in celculturen van B- en T-cellymfoom de effecten van THC en CBD onderzocht. Om de vermeerdering van deze kankercellen te remmen, bleken geïsoleerd CBD en plantenextracten met een hoog CBD-gehalte effectiever te zijn dan THC en het synthetische analoog daarvan, WIN 55-212-22 (15,16).
Voor borstkanker zijn er alleen celonderzoeken gedaan, waarin geïsoleerd CBD, CBD in extract en CBD in een nano-emulsie als toedieningsvorm zijn getest. Deze onderzoeken hebben aangetoond dat CBD in zijn verschillende vormen de celproliferatie vermindert via mechanismen die de stilstand van de celcyclus en het induceren van celdood (apoptose) stimuleren. Ook vermindert het de migratie- en invasieprocessen die betrokken zijn bij tumormetastase (16,17).
Glioom bij honden is onderzocht in een onderzoek in cellen en in een model met muizen, waarbij geïsoleerd CBD en CBD-extract zijn geëvalueerd. In het celonderzoek gaf geïsoleerd CBD betere resultaten bij het verminderen van de proliferatie van gliomacellen dan het plantenextract met een hoog CBD-gehalte. In het onderzoek met muizen werd geïsoleerd CBD gebruikt en vergeleken met radiotherapie en de combinatie van beide therapieën, waarbij met de gecombineerde behandeling betere resultaten in de overlevingstijd van de muizen werden waargenomen (18,19).
Tot nu toe is er één onderzoek naar osteosarcoom uitgevoerd met een celmodel, waarin geïsoleerd CBD, CBDA (de voorloper van CBD) en een CBD-extract met elkaar zijn vergeleken. Het CBD-extract gaf de beste resultaten bij het verminderen van de proliferatie van tumorcellen, terwijl CBDA de laagste respons liet zien (16).
Er is ook een studie gepubliceerd over prostaatcarcinoom bij honden, waarin THC- en CBD-extracten in celculturen zijn geanalyseerd; het CBD-extract bleek effectiever te zijn in het verminderen van het aantal cellen dan het THC-extract (20).
Bij urotheelcarcinoom bij honden werd in een celmodel het effect van geïsoleerd CBD beoordeeld, alleen en in combinatie met chemotherapeutica (mitoxantron, vinblastine en carboplatine) of piroxicam. CBD als monotherapie induceerde de dood van deze kankercellen. In combinatietherapieën werd een synergetisch effect waargenomen met mitoxantron en vinblastine; de combinatie met carboplatine leidde echter tot antagonisme, terwijl de combinatie met piroxicam deze cellen niet significant beïnvloedde (21).
Ook het onderzoek van Henry en collega's uit 2021 toonde aan dat CBD synergetische en antagonistische effecten kan hebben met verschillende chemotherapeutica, zoals doxorubicine en vincristine. In lymfoom-, osteosarcoom- en mammacarcinoomcellen van honden werd zowel bij lage als bij hoge doses een synergetisch effect met vincristine waargenomen. Met doxorubicine was het effect alleen bij hoge doses synergetisch, terwijl lage doses antagonistische effecten lieten zien, waardoor de werking van dit chemotherapeuticum op de kankercellen afnam (16).
Conclusies
Het aantal gepubliceerde onderzoeken over verschillende soorten kanker bij honden blijft beperkt, en de stap naar klinische studies met hondenpatiënten brengt verschillende moeilijkheden met zich mee. Een daarvan is dat de studies met CBD- en THC-extracten niet duidelijk specificeren wat de concentratie en het type aanwezige cannabinoïden en terpenen zijn, waardoor het moeilijk is te onderscheiden welke cannabinoïden of combinaties van cannabinoïden en terpenen de waargenomen effecten veroorzaken. Een andere complicatie voor toekomstige klinische studies betreft de concentraties die toegediend zouden moeten worden: in farmacokinetische studies bij honden leiden de gebruikte doses in milligrammen tot bloedconcentraties in de orde van nanogrammen. Deze concentraties zijn veel lager dan de concentraties die in de beoordeelde studies effectief bleken (concentraties in microgrammen), wat erop wijst dat hogere doses nodig zouden kunnen zijn dan tot nu toe in veiligheidsstudies bij honden zijn getest. Er zijn dan ook meer onderzoeken nodig die het effect van cannabinoïden bij kanker bij honden analyseren en de reproduceerbaarheid van de tot nu toe verkregen resultaten kunnen bevestigen, evenals onderzoeken naar andere soorten kanker waarbij cannabinoïden effecten hebben aangetoond, zoals long- of darmkanker. Het bovenstaande, samen met het gebrek aan standaardisatie van de formuleringen en de inconsistentie van de gevonden resultaten, verklaart gedeeltelijk waarom er momenteel geen diergeneesmiddelen op basis van cannabinoïden bestaan.
Ik hoop dat deze uitdagingen meer onderzoekers zullen aansporen zich op dit prille vakgebied te richten, zodat de oncologische therapie met cannabinoïden in de nabije toekomst een waardevolle aanvulling kan worden in de diergeneeskunde.
Bronvermelding:
1. Marchi PH, Vendramini THA, Perini MP, Zafalon RVA, Amaral AR, Ochamotto VA, et al. Obesity, inflammation, and cancer in dogs: Review and perspectives. Front Vet Sci. 2022;9. DOI: 10.3389/fvets.2022.1004122
2. della Rocca G, Di Salvo A, Salucci E, Amadori M, Re G, Vercelli C. The Role of the Endocannabinoid System in Oncology and the Potential Use of Cannabis Derivatives for Cancer Management in Companion Animals. Animals. 2025;15(15):2185. DOI: 10.3390/ani15152185
3. Di Salvo A, Conti MB, della Rocca G. Pharmacokinetics, efficacy, and safety of cannabidiol in dogs: an update of current knowledge. Front Vet Sci. 2023;10. DOI: 10.3389/fvets.2023.1204526
4. Dall'Aglio C, Mercati F, Pascucci L, Boiti C, Pedini V, Ceccarelli P. Immunohistochemical localization of CB1 receptor in canine salivary glands. Vet Res Commun. 2010;34(S1):9–12. DOI: 10.1007/s11259-010-9379-0
5. Galiazzo G, Giancola F, Stanzani A, Fracassi F, Bernardini C, Forni M, et al. Localization of cannabinoid receptors CB1, CB2, GPR55, and PPARα in the canine gastrointestinal tract. Histochem Cell Biol. 2018;150(2):187–205. DOI: 10.1007/s00418-018-1684-7
6. Mercati F, Dall'Aglio C, Pascucci L, Boiti C, Ceccarelli P. Identification of cannabinoid type 1 receptor in dog hair follicles. Acta Histochem. 2012;114(1):68–71. DOI: 10.1016/j.acthis.2011.01.003
7. Chiocchetti R, Galiazzo G, Tagliavia C, Stanzani A, Giancola F, Menchetti M, et al. Cellular Distribution of Canonical and Putative Cannabinoid Receptors in Canine Cervical Dorsal Root Ganglia. Front Vet Sci. 2019;6. DOI: 10.3389/fvets.2019.00313
8. Freundt-Revilla J, Kegler K, Baumgärtner W, Tipold A. Spatial distribution of cannabinoid receptor type 1 (CB1) in normal canine central and peripheral nervous system. PLoS One. 2017;12(7):e0181064. DOI: 10.1371/journal.pone.0181064
9. Valastro C, Campanile D, Marinaro M, Franchini D, Piscitelli F, Verde R, et al. Characterization of endocannabinoids and related acylethanolamides in the synovial fluid of dogs with osteoarthritis: a pilot study. BMC Vet Res. 2017;13(1):309. DOI: 10.1186/s12917-017-1245-7
10. Fraguas‐Sánchez AI, Martín‐Sabroso C, Torres‐Suárez AI. Insights into the effects of the endocannabinoid system in cancer: a review. Br J Pharmacol. 2018;175(13):2566–80. DOI: 10.1111/bph.14331
11. Cherkasova V, Wang B, Gerasymchuk M, Fiselier A, Kovalchuk O, Kovalchuk I. Use of Cannabis and Cannabinoids for Treatment of Cancer. Cancers (Basel). 2022;14(20):5142. DOI: 10.3390/cancers14205142
12. Vaughn DM, Paulionis LJ, Kulpa JE. Randomized, placebo-controlled, 28-day safety and pharmacokinetics evaluation of repeated oral cannabidiol administration in healthy dogs. Am J Vet Res. 2021;82(5):405–16. DOI: 10.2460/ajvr.82.5.405
13. Medina FJ, Torres CG. Potential antitumor effect of cannabidiol (CBD) in canine oncology: a systematic review. Front Vet Sci. 2026;13. DOI: 10.3389/fvets.2026.1800410
14. Omer S, Mansour M, Pondugula SR, Dhanasekaran M, Matz B, Khan O, et al. Cytotoxicity of Cannabinoids in Combination with Traditional Lymphoma Chemotherapeutic Drugs Against Non-Hodgkin's Lymphoma. Biomedicines. 2025;14(1):3. DOI: 10.3390/biomedicines14010003
15. Omer S, Pathak S, Mansour M, Nadar R, Bowen D, Dhanasekaran M, et al. Effects of Cannabidiol, ∆9-Tetrahydrocannabinol, and WIN 55-212-22 on the Viability of Canine and Human Non-Hodgkin Lymphoma Cell Lines. Biomolecules. 2024;14(4):495. DOI: 10.3390/biom14040495
16. Henry JG, Shoemaker G, Prieto JM, Hannon MB, Wakshlag JJ. The effect of cannabidiol on canine neoplastic cell proliferation and mitogen‐activated protein kinase activation during autophagy and apoptosis. Vet Comp Oncol. 2021;19(2):253–65. DOI: 10.1111/vco.12669
17. Medina FJ, Velasco G, Villamizar-Sarmiento MG, Torres CG, Oyarzun-Ampuero FA. Formulation and Functional Characterization of a Cannabidiol-Loaded Nanoemulsion in Canine Mammary Carcinoma Cells. Pharmaceutics. 2025;17(8):970. DOI: 10.3390/pharmaceutics17080970
18. Gross C, Ramirez DA, McGrath S, Gustafson DL. Cannabidiol Induces Apoptosis and Perturbs Mitochondrial Function in Human and Canine Glioma Cells. Front Pharmacol. 2021;12. DOI: 10.3389/fphar.2021.725136
19. Ukai M, Kurihara J, Antonakakis M, Banks K, Dow S, Gustafson DL, et al. The Effect of Cannabidiol in Conjunction with Radiation Therapy on Canine Glioma Cell Line Transplanted in Immunodeficient Mice. Vet Sci. 2025;12(8):735. DOI: 10.3390/vetsci12080735
20. Calheiros LGR de M, Pedro G, Oliveira da Silva T, Amorim RM, Alves CEF, Laufer-Amorim R. In Vitro Antitumor Effect of Oils Rich in CBD and THC Cannabis Extract in Canine Prostate Carcinoma Cell Lines. Vet Sci. 2024;11(10):501. DOI: 10.3390/vetsci11100501
21. Anis O, Vinayaka AC, Shalev N, Namdar D, Nadarajan S, Anil SM, et al. Cannabis-Derived Compounds Cannabichromene and Δ9-Tetrahydrocannabinol Interact and Exhibit Cytotoxic Activity against Urothelial Cell Carcinoma Correlated with Inhibition of Cell Migration and Cytoskeleton Organization. Molecules. 2021;26(2):465. DOI: 10.3390/molecules26020465