Een weg vinden in de wetenschap en het bewijs van medicinaal cannabisgebruik: soorten onderzoeken, vooringenomenheid en kritisch denken

Door Adán de Salas Quiroga

Adán de Salas Quiroga is een neurobioloog met meer dan 10 jaar onderzoekservaring en gespecialiseerd in de wetenschap over cannabis en het endocannabinoïde systeem. Hij heeft onderzoek gedaan naar de therapeutische eigenschappen van cannabis en de werkingsmechanismen ervan bij verschillende klinische aandoeningen. Hiermee deed hij veel ervaring op in diverse biomedische aspecten op het gebied van cannabinoïden. Hij heeft bij verschillende onderzoekscentra gewerkt en zijn werk heeft is gepubliceerd in talloze artikelen in invloedrijke wetenschappelijke tijdschriften. Ook heeft hij een hoofdstuk in een boek geschreven en tientallen presentaties gegeven op nationale en internationale congressen.

Momenteel verzorgt Adán hoogwaardige, onafhankelijke trainingsessies voor professionals in de gezondheidszorg en biedt hij advies over onderzoek en ontwikkeling aan bedrijven in de medicinale cannabissector. In dit kader is hij, samen met de Braziliaanse neurochirurg Patricia Montagner, mede-auteur van de Verhandeling over endocannabinoïde geneeskunde, het grootste compendium tot op heden over klinisch bewijs voor het medicinale gebruik van cannabis. Hij is tevens wetenschappelijk coördinator van de WeCann Summit. Dit evenement wordt beschouwd als de grootste conferentie over medicinale cannabis ter wereld. Jaarlijks komen er in Brazilië bijna 1500 artsen uit verschillende disciplines en landen bijeen.

Adán heeft een diploma in biologie en een master en doctoraat in biochemie, moleculaire biologie en biogeneeskunde van de Complutense Universiteit van Madrid.

In oktober 2025 werd in Spanje het Koninklijk Besluit 903/2025 aangenomen: het eerste specifieke regelgevende kader voor het voorschrijven van gestandaardiseerde cannabispreparaten1. Het was onvermijdelijk dat deze mijlpaal de ophef in de media over dit onderwerp heeft doen oplaaien. Koppen als "Cannabis vernietigt de hersenen van jongeren" of "Volgens nieuw onderzoek kan cannabis kanker genezen" doen al tientallen jaren de ronde, maar met de nieuwe regelgeving zijn deze alleen maar toegenomen. Beide extremen zijn even schadelijk: alarmerende taal bemoeilijkt de toegang voor mensen die baat zouden kunnen hebben bij deze producten; onkritisch enthousiasme wekt valse verwachtingen en kan leiden tot ongepaste klinische beslissingen.

Dit probleem is niet uniek voor cannabis. In andere medische vakgebieden zien we ook regelmatig koppen als "Nieuwe hoop in de strijd tegen Alzheimer" als het gaat om onderzoek bij dieren, waarvan het nog decennia kan duren voordat deze zich vertalen naar bruikbare resultaten, als die er überhaupt ooit komen. In het vakgebied dat onderzoek doet naar cannabisgebruik is er sprake van een extra ideologische lading die het onbevooroordeeld lezen van het bewijs verder bemoeilijkt. In dit artikel verkennen we een hulpmiddel om hierin een weg te vinden: het toepassen van kritisch denken op wetenschappelijke literatuur. Hiervoor is het essentieel om te begrijpen welke soorten onderzoeken er bestaan en wat we wel en niet kunnen verwachten van elk soort onderzoek.

Een weg vinden in de berg aan informatie

De eerste stap is de verschillende bronnen te leren onderscheiden. Wetenschappelijke tijdschriften, medische verenigingen en regelgevende instanties, zoals AEMPS (het Spaanse Agentschap voor Medicijnen en Medische Hulpmiddelen) en EMA (het Europese Geneesmiddelenbureau), onderwerpen hun inhoud aan evaluatieprocessen die, hoewel onvolmaakt, een minimale garantie bieden dat deze kritisch beoordeeld worden. Blogs, persberichten of sociale netwerken verdienen daarentegen een standaard kritische blik. Ze kunnen nuttig zijn om informatie te delen, maar bieden zelden de vereiste context om de kwaliteit van het bewijs te kunnen beoordelen.

Voor wie een beroep wil doen op primaire bronnen is PubMed de toonaangevende database van wetenschappelijke literatuur. Het heeft echter beperkte zoekmogelijkheden en tegenwoordig levert de term 'cannabinoïden' meer dan 40.000 resultaten op. Het doorzoeken van deze hoeveelheid zonder verdere criteria is zowel overweldigend als zinloos.

Cómo navegar la ciencia y la evidencia del uso médico del cannabis: tipos de estudios, sesgos y pensamiento crítico
Screenshot van de PubMed-zoekmachine voor wetenschappelijke literatuur, die de evolutie van onderzoek op het gebied van cannabinoïden weergeeft. In 2026 leverde een zoekopdracht meer dan 40.000 resultaten op.

Als we de kwaliteit van een wetenschappelijk artikel willen beoordelen, moeten we beginnen bij de methoden. Dit onderdeel beschrijft de opzet van het onderzoek, de steekproefgrootte, de inclusie- en exclusiecriteria, het type blindering en de gebruikte statistische analyse. De samenvatting biedt een eerste handvat, maar kan misleidend zijn als deze niet wordt vergeleken met de rest van het artikel en vooral met de bespreking van de resultaten, waarin eerlijke onderzoekers de beperkingen van hun conclusies erkennen.

De biomedische bewijspiramide

Niet alle wetenschappelijke bewijzen hebben hetzelfde gewicht. De meest intuïtieve manier om dit te begrijpen is met de bewijspiramide, die een hiërarchie weergeeft van de soorten onderzoeken, gerangschikt op methodologische betrouwbaarheid.

Cómo navegar la ciencia y la evidencia del uso médico del cannabis: tipos de estudios, sesgos y pensamiento crítico
Grafiek met de piramide van biomedisch bewijs. Deze weergave rangschikt de verschillende soorten wetenschappelijke onderzoeken volgens de betrouwbaarheid van het bewijs en het soort informatie dat uit elk van deze publicaties kan worden afgeleid.

De basis van de piramide wordt gevormd door preklinisch onderzoek, zoals in cellen of diermodellen, die leiden tot hypothesen met prospectieve waarde. Deze onderzoeken stellen ons vooral in staat om de biologische mechanismen van een onderzoeksmiddel te onderzoeken. Het is het uitgangspunt van vrijwel elk onderzoek, maar is het verst verwijderd van de klinische toepassing bij mensen.

In de tweede stap vinden we casusrapporten en casusreeksen: beschrijvingen van één of enkele patiënten die effecten documenteren die in de klinische praktijk zijn waargenomen. De waarde ligt in het aanreiken van verkennende klinische mogelijkheden, maar zonder enige mogelijkheid om te generaliseren.

Vervolgens komen we bij de observationele onderzoeken, waarbij de deelnemers niet direct worden geïnterpreteerd, maar wel worden geobserveerd en vergeleken. Ze stellen ons in staat verbanden tussen variabelen te identificeren, maar we moeten voorzichtig zijn bij het vaststellen van causale verbanden omdat er te veel ongecontroleerde variabelen zijn. Echter, onder strenge methodologische omstandigheden en met grote steekproeven, bieden ze waardevolle klinische informatie en inzichten.

Daarboven staan ongecontroleerde klinische onderzoeken: onderzoeken waarin een behandeling wordt toegediend zonder een controlegroep en waarvan de deelnemers weten welke behandeling ze krijgen. Dit vermindert het vermogen om de waargenomen effecten exclusief aan het onderzoeksmiddel of de onderzoeksbehandeling toe te schrijven.

In de voorlaatste stap staan gerandomiseerde klinische onderzoeken met een controlegroep (RCT's of randomized controlled trials). Deze worden beschouwd als de gouden standaard voor het vaststellen van causale relaties. Deelnemers worden willekeurig toegewezen aan de experimentele groep (de groep die het onderzoeksmiddel krijgt) of de controlegroep (de groep die meestal een placebo krijgt) op een 'dubbelblinde' manier. Dat wil zeggen dat noch de patiënt noch de onderzoekers weten wie welk middel krijgt, om mogelijke vertekeningen in de resultaten te voorkomen.

Helemaal bovenaan de piramide staan systematische reviews en meta-analyses. Deze publicaties bundelen de resultaten van meerdere onderzoeken over dezelfde klinische vraag, waarbij strikte methodologische criteria worden toegepast om deze te selecteren en te analyseren. Wanneer deze goed worden uitgevoerd, bieden ze het meest volledige en minst vertekende wetenschappelijke bewijs.

De klassieke piramide wordt tegenwoordig aangevuld met andere benaderingen. Real-world evidence (RWE) brengt grootschalige, prospectieve, systematische observationele onderzoeken samen die zijn ontworpen om de klinische praktijk vast te leggen met voldoende methodologische robuustheid om regelgevende beslissingen te beïnvloeden. Een aantal vergelijkbare voorbeelden van Real-world evidence op het gebied van cannabis zijn het UK Medical Cannabis Registry2, dat gegevens van ongeveer 15.000 patiënten bevat, hoewel er wel rekening gehouden moet worden met biases op het gebied van financiering, en het T213-project3, geleid door de non-profitorganisatie DrugScience, met ongeveer 4500 geregistreerde patiënten.

Er zijn ook evidence maps of bewijskaarten: deze tools brengen het beschikbare bewijs in kaart op basis van systematische reviews, geclassificeerd op kwaliteit en resultaten. Zo ontstaat er wat we meta-bewijs4 zouden kunnen noemen.

Zijn RCT's echt de gouden standaard?

Het gewicht dat aan RCT's wordt toegekend als de enige arbiter van wetenschappelijke waarheid verdient een kritische reflectie. Naast de intrinsieke kracht, het vermogen om causaliteit vast te stellen, bestaat er ook een aanzienlijke externe zwakte. De strikte inclusie- en exclusiecriteria die deze onderzoeken kenmerken, hun experimentele opzet en de hoge kosten zorgen ervoor dat de onderzoeken vaak hele kleine steekproeven hebben en klinisch en demografisch zeer homogeen zijn. Het resultaat is een hoge interne validiteit maar beperkte externe toepasbaarheid: de daadwerkelijke patiëntenpopulatie is veel heterogener dan die van welke RCT dan ook.

In het specifieke geval van cannabis wordt deze beperking versterkt door aanvullende methodologische problemen. Deelnemers die THC-producten krijgen, herkennen het vaak vanwege de psychotrope effecten, waardoor de integriteit van de blindering van het onderzoek in gevaar komt. Daarnaast is er de grote intra- en interpersoonlijke variabiliteit in gevoeligheid voor cannabinoïden; hierdoor zijn gepersonaliseerde doses nodig, die moeilijk gestandaardiseerd kunnen worden. Het endocannabinoïdensysteem speelt ook een rol in het reguleren van de respons van het lichaam op een placebo5,6, waardoor er verstorende variabelen worden geïntroduceerd die moeilijk te beheersen zijn.

Naast deze methodologische barrières is er een structureel probleem: THC is een internationaal gecontroleerde stof, wat betekent dat elk onderzoek – zelfs preklinisch – specifieke goedkeuringen van regelgevende instanties vereist die maanden of meer dan een jaar op zich kunnen laten wachten. Deze extra bureaucratische last bestaat niet voor nieuwe onderzoeksmiddelen of ongereguleerde stoffen, en zorgt voor een aanzienlijke rem op de voortgang van onderzoek op dit gebied.

In deze context zijn methodologisch verantwoorde observationele studies een essentiële aanvulling en geen inferieur alternatief. Schlag et al. (2022) betogen juist dat registers zoals T21 het mogelijk maken bewijs te genereren op basis van duizenden patiënten met zeer diverse klinische kenmerken. Dit biedt een externe validiteit die geen enkele RCT kan bieden7.

Vooringenomenheid of biases die het bewijs beïnvloeden

Methodologische, economische en zelfs psychologische factoren bepalen wat er wordt onderzocht, hoe het wordt onderzocht en hoe de resultaten worden gedeeld. Kennis van de meest voorkomende biases is een essentieel onderdeel van kritisch denken.

  • Publicatiebias. Onderzoeken met positieve of statistisch significante resultaten worden vaker gepubliceerd dan onderzoeken zonder of met negatieve resultaten. Dit vertekent het algemene beeld van het bewijs, omdat de minder geslaagde resultaten in de laden van onderzoekers blijven liggen.
  • Selectiebias. Dit treedt op wanneer de steekproef niet representatief is voor de populatie waarnaar de resultaten geëxtrapoleerd moeten worden, zoals het geval kan zijn bij de hierboven genoemde RCT's.
  • Financieringsbias. De financieringsbron bepaalt niet alleen de gestelde vragen, maar ook de opzet van het onderzoek en de conclusies. Bij onderzoeken naar cannabis werkt deze vooringenomenheid in beide richtingen. Een artikel in The Lancet toonde aan dat de drie grootste financiers van cannabisonderzoek in de Verenigde Staten instellingen zijn die gespecialiseerd zijn in verslaving of geestelijke gezondheid, wat leidt tot een structurele wanverhouding in het documenteren van de risico's8. Omgekeerd, wanneer de opdrachtgever een bedrijf is dat direct belang heeft bij het aantonen van de effectiviteit, bestaat er een risico van vooringenomen opzet, onvoldoende vergelijkingen of conclusies die verder gaan dan wat de gegevens ondersteunen. Dit betekent niet dat alle door de branche gefinancierde onderzoeken frauduleus zijn – het is vaak de enige manier om dure RCT's te financieren – maar het vereist wel een kritische blik op mogelijke belangenverstrengelingen.

    Cómo navegar la ciencia y la evidencia del uso médico del cannabis: tipos de estudios, sesgos y pensamiento crítico
    Afbeelding afkomstig uit Purcell J. M., Passley, T. M., & Leheste, J. R. (2022). The Lancet Regional Health – Americas, 14, 100325. CC BY-NC-ND 4.0.

  • Bevestigingsbias en spin-bias
    Zowel onderzoekers als lezers zoeken, interpreteren en onthouden vaak informatie die eerdere overtuigingen bevestigt, en negeren wat deze tegenspreekt. Deze cognitieve bias beïnvloedt hoe een onderzoek wordt opgezet, welke variabelen worden geprioriteerd en hoe de resultaten worden geïnterpreteerd. In de schrijf- en communicatiefase zien we de spin-bias: de neiging om bevindingen gunstiger of overtuigender te presenteren dan de gegevens daadwerkelijk ondersteunen. Het tegenovergestelde is ook gedocumenteerd in de cannabisliteratuur: reverse spin bias, waarbij auteurs statistisch significante positieve resultaten uit hun eigen gegevens minimaliseren of negeren. Een recent onderzoek identificeerde dit patroon in 10 van de 29 systematische reviews over cannabis bij pijnbestrijding, waarbij mechanismen werden gebruikt zoals het bestempelen van het bewijs als "inconsistent" zonder methodologische onderbouwing of het introduceren van verwijzingen naar niet-beoordeelde risico's om de aandacht af te leiden van de voordelen9.

Statistische significantie versus klinische relevantie

Een resultaat kan statistisch significant zijn (p < 0,05) en tegelijkertijd klinisch irrelevant zijn. Stel er is een onderzoek met 5000 deelnemers dat een vermindering van 0,2 punten waarneemt op een pijnschaal van 10 punten. De grote steekproef maakt een statistisch significant resultaat mogelijk, maar een verbetering van die omvang verandert nauwelijks de kwaliteit van leven van een patiënt.

Klinische relevantie moet altijd gepaard gaan met statistische evaluatie. Tegelijkertijd is het raadzaam om onderzoeken met niet-significante resultaten die een trend aantonen niet te verwerpen: deze kunnen waardevolle informatie bieden voor toekomstig onderzoek. Onderzoeken die transparant zijn in hun beperkingen, negatieve resultaten publiceren en wat gematigd zijn in hun conclusies, verdienen juist meer vertrouwen, niet minder. Methodologische oprechtheid is een teken van wetenschappelijke kwaliteit.

Een speciale voorzorgsmaatregel: preklinisch onderzoek

De resultaten van onderzoeken op dieren of cellen vertalen naar de klinische praktijk is een langdurig proces met een hoog faalpercentage: verschillende onderzoeken suggereren dat meer dan 90% van de geneesmiddelen die werkzaam zijn in diermodellen de klinische fase niet doorstaat10,11.

Een goed voorbeeld is het anti-tumorpotentieel van cannabinoïden, een onderwerp waarover veel desinformatie de ronde doet. Manuel Guzmán van de Complutense Universiteit in Madrid leidt al decennialang preklinisch onderzoek op dit gebied. Zijn bevindingen zijn veelbelovend in diermodellen, maar zoals hij zelf stelt: "Vandaag weten we dat cannabinoïden bij muizen kanker kunnen helpen overwinnen, maar niet bij mensen." Tot nu toe zijn slechts een handvol klinische onderzoeken over dit onderwerp afgerond, en slechts één daarvan voldoet aan de criteria voor een RCT, met resultaten die de onderzoekers zelf als niet overtuigend beschreven12.

Er zijn meerdere redenen voor deze translationele kloof, waaronder beperkingen van de modellen en pathofysiologische, immunologische of farmacodynamische verschillen, die verklaren waarom wat bij een muis wel werkt, bij de mens ineffectief of zelfs contraproductief kan zijn. Het is daarom belangrijk om elk preklinisch resultaat heel voorzichtig te interpreteren, hoe veelbelovend het ook lijkt.

Tips voor de kritische lezer

De beste manier om uw weg te vinden in deze berg aan informatie is niet met meer wetenschappelijke kennis, maar door het bevorderen van kritisch denken. Beoordeel de opzet van onderzoeken, de steekproefgrootte, mogelijke biases of vooringenomenheid en de vermelde beperkingen. Vermijd daarbij extreme standpunten, aangezien zowel negationisme als kritiekloos enthousiasme even contraproductief zijn. We moeten ook begrijpen dat de wetenschap geen verzameling onveranderlijke waarheden is, maar een collectief proces waarbij we hoge eisen aan onszelf stellen, dat zich ontwikkelt door het voortdurend verzamelen en beoordelen van bewijs.

Het bewijs over medicinaal cannabisgebruik is zeer gemengd: het is zeer sterk voor sommige indicaties, maar schaars voor andere. Maar er is één gebied waar opmerkelijke consistentie heerst: behandelingen met gestandaardiseerde producten onder professioneel toezicht hebben een gunstig veiligheidsprofiel vertoond, zelfs beter dan veel conventionele geneesmiddelen. Het ondersteunen en bevorderen van onderzoek is een collectieve verantwoordelijkheid. Om die reden roep ik de samenleving op tot meer bewustwording en de regelgevende instanties om de eisen te versoepelen die het onderzoek naar deze stoffen momenteel belemmeren. Niet uit ideologisch standpunt, maar omdat het de enige manier is om het bewijs te genereren dat patiënten nodig hebben en verdienen.

Bronvermelding

1. Real Decreto 903/2025, de 7 de octubre, por el que se establecen las condiciones para la elaboración y dispensación de fórmulas magistrales tipificadas de preparados estandarizados de cannabis. (2025). Boletín Oficial del Estado, 242. https://www.boe.es/diario_boe/txt.php?id=BOE-A-2025-20077

2. Curaleaf Clinic. (s.f.). UK Medical Cannabis Registry. Recuperado el 9 de abril de 2026, de https://ukmedicalcannabisregistry.com/

3. Drug Science. (s.f.). T21 (formerly Project Twenty21). Recuperado el 9 de abril de 2026, de https://www.drugscience.org.uk/t21

4. Montagner, P., de Salas Quiroga, A., Ferreira, A. S., Duarte da Luz, B. M., Ruppelt, B. M., Schlechta Portella, C. F., Abdala, C. V. M., Tabach, R., Ghelman, R., Blesching, U., Perfeito, J. P. S., & Schveitzer, M. C. (2024). Charting the therapeutic landscape: A comprehensive evidence map on medical cannabis for health outcomes. Frontiers in Pharmacology, 15, 1494492. https://doi.org/10.3389/fphar.2024.1494492

5. Benedetti, F., Amanzio, M., Rosato, R., & Blanchard, C. (2011). Nonopioid placebo analgesia is mediated by CB1 cannabinoid receptors. Nature Medicine, 17, 1228–1230. https://doi.org/10.1038/nm.2435

6. Tomin, R., Murray, K., Hadjis, G. E., Khalil, O., Sexton, C., Bourke, S. L., Khan, J. S., Finn, D. P., Atlas, L. Y., & Moayedi, M. (2026). The endocannabinoid system's contribution to placebo analgesia [Preprint]. bioRxiv. https://doi.org/10.64898/2026.02.25.707676

7. Schlag, A. K., Zafar, R. R., Lynskey, M. T., Athanasiou-Fragkouli, A., Phillips, L. D., & Nutt, D. J. (2022). The value of real world evidence: The case of medical cannabis. Frontiers in Psychiatry, 13, 1027159. https://doi.org/10.3389/fpsyt.2022.1027159

8. Purcell J. M., Passley, T. M., & Leheste, J. R. (2022). The cannabidiol and marijuana research expansion act: Promotion of scientific knowledge to prevent a national health crisis. The Lancet Regional Health – Americas, 14, 100325. https://doi.org/10.1016/j.lana.2022.100325

9. O'Leary, R., La Rosa, G. R. M., & Polosa, R. (2026). Reverse spin bias: Preliminary observations of reporting bias in medical systematic reviews. Research Integrity and Peer Review, 11, 1. https://doi.org/10.1186/s41073-025-00185-9

10. Mak, I. W., Evaniew, N., & Ghert, M. (2014). Lost in translation: Animal models and clinical trials in cancer treatment. American Journal of Translational Research, 6(2), 114–118. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3902221/

11. Marshall, L. J., Bailey, J., Cassotta, M., Herrmann, K., & Pistollato, F. (2023). Poor translatability of biomedical research using animals — A narrative review. Alternatives to Laboratory Animals, 51(2), 102–135. https://doi.org/10.1177/02611929231157756

12. Twelves, C., Sabel, M., Checketts, D., Miller, S., Tayo, B., Jove, M., Brazil, L., & Short, S. C. (2021). A phase 1b randomised, placebo-controlled trial of nabiximols cannabinoid oromucosal spray with temozolomide in patients with recurrent glioblastoma. British Journal of Cancer, 124(8), 1379–1387. https://doi.org/10.1038/s41416-021-01259-3

  • Alle informatie in onze inhoud is gebaseerd op wetenschappelijke studies.
    Als u overweegt cannabis of cannabinoïden te gebruiken om uw symptomen of ziekte te behandelen, raadpleeg dan eerst een arts.
  • Het gebruik van onze inhoud voor commerciële doeleinden is niet toegestaan.
  • Geen enkele vorm van wijziging, aanpassing of vertaling van onze inhoud is toegestaan zonder voorafgaande toestemming.
  • Het downloaden en gebruik van onze inhoud is uitsluitend toegestaan voor educatieve doeleinden en moet altijd voorzien zijn van de juiste bronvermelding.
  • De publicatie van onze inhoud zonder uitdrukkelijke toestemming is niet toegestaan.
  • Fundación CANNA is niet verantwoordelijk voor de mening van haar medewerkers en schrijvers.